LAURENS

2013 - 2015 | Ik was pas twee jaar met Ronald samen toen Laurens, zijn oudste broer, een einde aan zijn leven maakte. Ik kende Laurens natuurlijk wel, maar tot het moment van zijn zelfmoord was hij voor mij toch vooral de broer van; iemand die af en toe bij ons langskwam, mee at en dan weer wegging. Pas toen hij er niet meer was, besefte ik dat ik nauwelijks iets van hem wist.

De zelf gekozen dood van Laurens sloeg een gapend gat in zijn familie. Het gezin was al ontwricht en na zijn zelfmoord kwamen al langer bestaande breuklijnen onder druk te staan en viel de familie uit elkaar. Dit had grote invloed op Ronald. Uit een behoefte Laurens, en daarmee Ronald, beter te begrijpen ben ik in gesprek gegaan met zijn familie, zijn vrienden en zijn begeleiders. Ik heb de plekken bezocht die belangrijk waren voor Laurens. Ik ben zijn tekeningen en jeugdfoto’s gaan verzamelen.

Aan de hand van deze verzamelde herinneringen leerde ik hem steeds beter kennen. Laurens leed sinds zijn puberteit aan schizofrenie. Hij kon de dagelijkse routine niet aan en zocht daarom naar een andere invulling van zijn leven. Hij was iemand met vele gezichten; kunstenaar, psychiatrisch patiënt, muziekkenner, Hare Krishna én Christen, verzamelaar, hippie, drugsverslaafde, maar bovenal was hij een mooi mens dat enorm worstelde met zingeving.

Het resultaat van mijn onderzoek is een gelaagd geheel waarin mijn foto’s, zijn tekeningen, oude foto’s en interviews met elkaar worden verweven. Samen vormen ze mijn versie van zijn verhaal.

far-out-archief-01.jpg
Laurens | 1979

far-out-tekening-03-rand.jpg
Tekening gemaakt door Laurens | 2008

far-out-01.jpg
Psychiatrische kliniek | 2015

far-out-archief-4x.jpg
Kinderboerderij | 1978
Sinterklaas | 1983
Zwitserland | 1982
Frankrijk | 1994

far-out-archief-03.jpg
Utrechtse Heuvelrug | 1997

far-out-03.jpg
Loetbos | 2015

far-out-tekening-01-a4.jpg
Tekening gemaakt door Laurens | jaartal onbekend

wit-blokje-2.jpg
far-out-tekening-2x.jpg
Tekeningen gemaakt door Laurens | jaartallen onbekend

far-out-archief-04.jpg
Via Kunst | 2001

far-out-09.jpg
Plafond | 2015

far-out-13.jpg
Isoleercel | 2015

far-out-08.jpg
Isoleercel | 2015

far-out-tekening-05-crop.jpg
Geschreven door Laurens | jaartal onbekend

far-out-05.jpg
Prayer Flags | 2015

far-out-14.jpg
De Zaag | 2015

far-out-yoda-trol-2x.jpg
Yoda | 2015
Trol | 2015

far-out-04.jpg
Psychiatrische kliniek | 2015

far-out-12.jpg
Kalender | 2015

witte-flatjes-02.jpg
Witte Flatjes | 2013

witte-flatjes-03.jpg
Witte Flatjes | 2013

far-out-10.jpg
Drugs | 2015

witte-flatjes-01.jpg
Witte Flatjes | 2013

far-out-archief-05.jpg
Loetbos | 1998

far-out-11.jpg
Plant | 2015

GESPREKKEN

marjan.jpg
Marjan  

'In groep vijf werd hij al een beetje moeilijker maar we wisten niet waarvan dat kwam. Hij is toen ook een keer van school weggelopen. In groep acht begon het al wat duidelijker te worden dat er iets niet helemaal klopte. Toch waren ze allemaal gek op hem en dat is de rest van zijn leven zo gebleven.

Hij kon niet in het stramien lopen. Als hij dingen niet wilde, dan deed hij dat ook gewoon niet. Wat er dan precies bij hem door zijn hoofd ging weet ik niet. Hij heeft later weleens tegen me gezegd dat hij toen hij klein was al dingen in de vloerbedekking zag en dingen hoorde.

Wanneer het precies is begonnen weet ik niet, maar ik denk vanaf zijn dertiende of veertiende. Hij was de oudste dus we hadden geen idee. We dachten dat hij gewoon een lastig kind was.

Wat ik altijd gezien heb bij hem is dat hij het dagelijkse leven niet aankon. Die structuur van elke dag naar je werk, studeren en je verplichtingen nakomen kon hij niet. Hij wilde wel normaal functioneren, maar dat ging gewoon niet.

Hij had ook altijd spijt als hij iets verkeerds deed. Z'n inborst was hartstikke goed. Ondanks z'n rottigheid was iedereen altijd hartstikke positief over hem.

Je denkt dat het tijdelijk is en dat hij weer beter wordt. Maar dan krijg je die diagnose schizofrenie en hoor je dat het levenslang is.

Op het laatst was hij gewoon afscheid aan het nemen. Hij was helemaal niet meer aanspreekbaar, niet realistisch en hij veranderde heel erg. Hij wist natuurlijk alles van drugs op den duur. Ik denk dat hij toen juist de verkeerde drugs is gaan gebruiken. Dat het daardoor nog erger met hem werd en dat het voor hem dan steeds makkelijker werd om ertussenuit te stappen.

Als je iemand zo ziet tobben met het dagelijkse leven begrijp je dat het niet te doen is, maar je wilt hem ook niet kwijt. Het maakt je heel kwetsbaar als je kind schizofrenie heeft. Uiteindelijk heeft die ziekte gewonnen.’ Marjan, 2013

gerard.jpg
Gerard  

'Hij had twee kanten: aan de ene kant is dat het een harten veroveraar. Hij was een jongen die ondanks dat hij ouder werd heel erg jongensachtig en vrolijk bleef. Hij kon je met bepaalde opmerkingen erg ontroeren.

Er was ook die andere kant van hem. Dat was de kant van ik krijg m'n leven niet georganiseerd, ik krijg het niet geregeld. Daardoor werd hij steeds eenzamer. Hij ging z'n heil nog meer zoeken in middelen waarmee hij experimenteerde. Dat werd steeds groter, een soort zelfmedicatie tegen angst, pijn en depressie. In hem zat een hele sombere, angstige jongen. Iemand die enorm worstelde met zingeving.

Hij was wel een beetje een anarchist. Hij kon zich wel aangepast houden maar als het erop aankwam zou hij zijn eigen weg bewandelen, los van de regels die er zijn. Dat is ingewikkeld, ingewikkeld voor hemzelf, ingewikkeld voor de omgeving en ingewikkeld voor hulpverleners.

Dat hele saaie Krimpen is wel opgevrolijkt door hem en zijn graffiti. Dat stukje anarchisme wat in hem zat heb ik altijd erg om moeten lachen. Kleur dat hele dorp maar met graffiti.

Het is niet professioneel, maar soms ga je van iemand houden. Hij was de leukste patiënt die ik ooit gehad heb. Eentje die heel veel indruk heeft gemaakt. Ik vind het nog steeds niet goed wat hij gedaan heeft, maar het lag wel in de lijn der verwachting.’ Gerard, 2014

anne-v.jpg
Anne  

'Dat zijn ziekte hem echt dwars zat en zijn leven beheerste, was op die momenten dat hij al z’n tekeningen weer weg wilde doen en z’n telefoon in de sloot gooide. Dat had hij één keer in de zoveel tijd. Ik denk niet dat het een psychose moment was. Ik denk meer dat hij dan in een heel diep gedachtendal zat en dat hij dan ook een teleurstelling naar zichzelf toe had. Omdat hij het niet kon, dat gewone wat hij toch ergens heel graag wilde. Hij ging daar heel diep in. Daarom wilde hij ook alles van zichzelf weg doen. Totdat hij uiteindelijk ook zichzelf wegdeed.

Ik denk dat het heel jammer is omdat er best wel plekken waren waar hij zichzelf kon zijn. Jammer dat hij in zo’n dal zat dat hij daar even niet bij kon.

Als iemand alles wegdoet wat hem normaal gesproken helpt is dat natuurlijk een slecht teken. Z’n tekeningen, z’n telefoon, dat betekende dat hij geen contact wilde. Ik had het idee dat hij daar niet echt uit te praten was. Hij was het dan gewoon zat.

Misschien dat hij zelf ook wel naar werd van zijn eigen tekeningen. Ik weet niet hoe dat in zijn hoofd werkte. Als hij weer normaal zijn dingen ging verzamelen werd hij blijer. Alles wegdoen of alles juist verzamelen en gezellig maken.' Anne, 2015

anne-m.jpg
Anne  

'Ik zie hem nog liggen in foetushouding bij mij in de huiskamer. Dat is de keer dat hij bij mij afscheid is komen nemen. Ik denk dat hij op dat moment het liefst was blijven liggen en daar was doodgegaan.

Ik heb hem bij de witte flatjes leren kennen. Ik kende iedereen in de flatjes dus dan kwam je hem ook automatisch tegen. Hij woonde op nummer elf, het gekkengetal. Je was welkom als het netjes was.

Hij was één van mijn beste vrienden. Iemand waar je blij mee bent als vriend, een zeldzame jongen. Hij was geen domme jongen en hij had humor, maar hij had natuurlijk ook zijn andere kant.

Ik heb met André en hem veel meegemaakt. André is katholiek en hij was natuurlijk Krishna en dat botste nog wel eens. De ene keer was ik God en de andere keer was ik de duivel voor hem. Op een gegeven moment had hij André en mij een brief gestuurd dat hij geen vrienden meer met ons kon zijn.

Het enige wat hij eiste was een stuk papier en een stift. Teddy was z’n artiestennaam en hij tekende vaak zichzelf. Meestal had hij een velletje al in twee minuten vol.

Hij was gewoon een heel eerlijke gozer, altijd goed. Hij is wel de meest zachte persoon in mijn vriendenkring. Ik heb alleen maar positieve herinneringen aan hem, maar nu moet ik het blik opentrekken en dan komen toch de rotte dingen eerst ophoog. Veel dingen die niet zo fijn waren met drugs. Dat was niet goed voor hem. Hij mocht sowieso niet trippen, dan kon hij gekke dingen gaan doen.

Hij was best een verstandige jongen maar hij vond de wereld gewoon hard, koud, lelijk en gemeen.’ Anne, 2015

marcel.jpg
Marcel  

'Hij was altijd aan het tekenen en had allemaal alterego’s bedacht; Teddy en Thrasher. Hij tekende heel vaak drie koppen. Dat waren ook zijn drie persoonlijkheden. Ik kwam er al snel achter dat hij schizofreen was.

Ik weet dat hij het heel moeilijk had met die cyclus. Het begon met een depot, dan was hij eerst een week lang suf. Op een bepaald moment gebruikte hij dan toch weer speed, dan kon hij tenminste wat doen. Vervolgens stopte hij met zijn medicijnen en werd hij weer psychotisch. Dan begon het weer van voor af aan.

Wat wij hebben gedaan met gekte is eigenlijk vergelijkbaar met hoe we met de dood omgaan. Gekte en de dood zijn allebei taboes. We snappen het niet en we hebben de neiging om het weg te stoppen. We stoppen mensen die bijna dood gaan in een bejaardentehuis en mensen die gek zijn stoppen we in het gekkenhuis of die spuiten we plat. Eigenlijk is het een heel nare situatie. Terwijl het juist een uitdaging is om daarmee om te gaan en anders met ze te communiceren.' Marcel, 2015

ed.jpg
Ed  

'Het was oudejaarsavond en we besloten het buis gestaar in de woonkamer te laten voor wat het was, om op mijn kamer muziek te gaan luisteren. Dit was de tijd dat ik net de kracht van muziek had leren kennen. Ik trok me in die tijd vaak terug op mijn zolderkamer om de krakende klanken van grijs gedraaide platen te bestuderen.

De obsessie die ik toen had voor de Rolling Stones vond mijn broer nogal bekrompen en hij leerde mij het gevoel te beleven van het vrijdenkende Woodstock.

De volume knop ging helemaal open. Zo expressief en dwaas mogelijk dansten we op de schelle gitaar geluiden en dronken we goedkope blikjes sinas. Het nummer wat me het meeste bijstond van die avond was 'See me, feel me' van The Who. Dit nummer hebben we die avond wel tien keer knoerhard beluisterd. We dansten als drie jarige kinderen op mijn zolderkamer. Mijn broer heeft me die avond geleerd muziek te benaderen als iets organisch, iets emotioneels en van de hoogste waarde.' Ed, 2015

nitai.jpg
Nitai  

'Ik ben verpleegkundige in het Haven ziekenhuis en daar ben ik onder andere wond specialist. Filosofisch vergelijk ik een wond even met onze maatschappij. Een wond gaat genezen aan de randen. Dit is hetzelfde in de maatschappij, de veranderingen beginnen aan de randen, de rafelranden.

Als ik rafelranden vertaal naar de maatschappij dan heb ik het over de onaangepasten, de zwervers, de mensen met een psychiatrische stoornis, de creatievelingen, de kunstenaars, de creatieve ondernemer, de kraker, de Hare Krishna, noem ze allemaal op. Daar komen de gezonde impulsen vandaan. Mainstream gaat dat nooit doen; dat gaat alleen over geld verdienen en is per definitie destructief op de langere termijn. Het vernieuwd niet en het gaat dood. Het leven zit aan de rafelranden. Daardoor ga je die rafelranden ook vanuit een ander perspectief zien en omarm je ze in plaats van dat je ze afstoot. Hij was iemand van de rafelrand en dat is waarom ik mensen als hem enorm kan waarderen.

Hij was een kwetsbaar mens, heel spontaan en met een open persoonlijkheid. Feitelijk was hij zo kwetsbaar dat hij de hardheid van de hedendaagse maatschappij en de verwachtingen waar je aan moet voldoen niet aankon.

Dat hij er uiteindelijk tussenuit is gestapt zegt iets over de snelheid, de hardheid en het niet mogen zijn wie je bent in deze maatschappij.’ Nitai, 2015

laurens.jpg
Laurens  

'Eén van de allereerste keren dat ik bij hem thuis kwam was ik een jaar of twaalf. Hij was een stuk ouder en zat behoorlijk aan de LSD in die tijd.

Z’n huis was één en al kastjes en spulletjes. Hij had een hele verzameling Starwars poppetjes. Eén groot museum en als kind vond ik dat helemaal te gek.

Hij woonde vlakbij me waardoor hij heel vaak langskwam. Soms ook midden in de nacht. Ik vergeet nooit meer dat hij een keer om drie uur 's nachts langskwam. Ik zat stoned op de bank gitaar te spelen en toen ging heel voorzichtig de deur open en dan zie je zijn hoofd verschijnen. Dan kwam hij bijvoorbeeld vragen om een boterham of zoiets.

Op een gegeven moment was het zo dat ik tekende en hij tekende en dan kwamen we samen en dan gingen we alles van elkaar kopiëren. Wekenlang zijn we bezig geweest om tekeningen te kopiëren en sparen en vanuit het niks had hij alles verbrand.' Laurens, 2015

jaco.jpg
Jaco  

‘Ik heb zoveel gelachen met hem. Bij iedere traan die ik om hem laat, zit ik ook weer een avond te lachen om herinneringen. Het is de beste vriend die ik heb gehad. Ik kan ook geen vriendschappen meer aangaan want alles waar ik van ga houden gaat kapot. Het komt nu ook allemaal weer omhoog terwijl ik het zo goed had weggestopt. Dan loop ik de hele nacht te janken en daar wordt ik gek van. Eén keer in de zoveel tijd ga ik naar zijn graf. Vaak gaat mijn moeder mee want anders blijf ik er zitten.

Ik heb iets meer dan twintig jaar in de witte flatjes gewoond maar het was echt terror daar, het was verschrikkelijk. Hij woonde daar al toen ik er kwam wonen. We gebruikten allebei speed dus het klikte al vanaf het eerste moment. Het lijkt wel alsof we vanaf die nacht nooit meer hebben geslapen. Altijd samen lachen, samen huilen en samen dezelfde hobby. Samen speed snuiven is een andere wereld dan nu alleen verder gaan.

Af en toe werd ik ook gek van hem hoor. Als je vierentwintig keer per nacht wordt wakker gemaakt voor een suikerklontje bijvoorbeeld. Wanneer hij geen pep had vrat hij suikerklontjes.

Ik heb de gekste dingen met hem meegemaakt. Ik zeg eerlijk dat hij zelf nooit slechte ideeën had zoals bijvoorbeeld inbreken. Hij was de goedheid zelve, maar ik luisde hem overal in en hij ging altijd mee.

Ik heb zeven keer met hem bij de chinees ingebroken. Eén keer was ik hem op een gegeven moment kwijt. Ik had net heel de sigarettenautomaat leeggehaald en ik liep hem te zoeken met al die sigaretten onder m’n arm. Toen lag hij helemaal in het pikkedonker op het aanrecht in de keuken. Hij had een hele schaal vol zure komkommers gevonden in de koelkast en lag daar z’n bek mee vol te stoppen. Hij had voor het eerst in z’n leven groenten ontdekt. Toen ben ik maar gaan roken.

Dat was onze beste methode. We gooiden er gewoon een ruit uit en dan jatten we de drank en de sigaretten en we haalden de gokautomaat leeg.

Ik vraag me altijd af of ik hem tegen had kunnen houden. Ik had het al langer aan zien komen alleen ik heb het me niet gerealiseerd. Achteraf is het makkelijk lullen. Je wilt het gewoon niet geloven.’ Jaco, 2015

diana.jpg
Diana  

'Ik heb een relatie met hem gehad dus het zijn echt heel erg uitersten. Of het was heel tof of het was helemaal niet tof.

Als je nu een relatie zou krijgen met iemand die ziek is, dan heb je heel andere overwegingen. Maar als je zo jong bent maakt dat helemaal niet uit. Ik ging wel boekjes lezen over schizofrenie maar ik zag dat niet als een probleem of iets wat in de weg stond.

Hij was gewoon een hele toffe gast en een knappe jongen als hij niet aan zijn medicijnen zat. Als hij zijn medicijnen ging slikken werd hij een beetje pafferig en een beetje sloom. Daarom wilde hij dat nooit.

Hij was altijd bezig met tekenen. Ik vond heel erg dat je aan zijn tekeningen kon zien of het goed met hem ging. Hij tekende heel vaak zichzelf. Als het goed ging met hem dan was het een blij poppetje en als het minder goed ging dan werd het een soort grimmig mannetje. Dat was wel heel bizar.

Ik heb altijd geweten dat hij het zou doen en volgens mij wist iedereen dat. Het is heel verdrietig maar ik snap wel dat hij het heeft gedaan.’ Diana, 2015

ronald.jpg
Ronald  

‘Tot m’n veertiende weet ik echt niks, ik heb nul herinnering. Ik weet alleen dat we vrijwel niet met elkaar omgingen. Het zijn voor mij geen fijne herinneringen. Misschien heb ik het wel weggestopt, ik weet het niet.

Hij was helemaal geen leuk mens vroeger. Later wel toen hij het een beetje op de rit had, toen werd onze band ook beter. We waren compleet verschillende mensen, maar wel mensen die van elkaar houden en elkaar om die reden opzoeken. M’n broer was raar, vaag en fucking irritant, maar het was geen slecht mens.

Ik denk niet dat het gek is dat iedereen zo positief is over hem. Hij was ook echt wel zo, maar zij hebben hem niet meegemaakt als familie. Wat er thuis is gebeurd hebben zij niet meegekregen.

Ik denk dat hij moeite had met de wereld om hem heen. Hij kon daar echt heel verdrietig van worden.’ Ronald, 2015

roos.jpg
Roos  

'Toen ik geboren werd was hij veertien jaar en toen werd hij ziek, dus ik heb hem nooit anders gekend. Voor mij was alles in die tijd eigenlijk heel normaal. Het besef dat hij ziek was kwam bij mij later pas. Eerder merkte ik het wel, maar later wist ik pas wat het inhield.

Ik ging heel goed met hem om. Ik was heel vaak bij mijn vader en dan kwam hij altijd daar naartoe. Op de één of andere manier voelde hij dat ik daar was. De periode van mijn dertiende tot mijn zestiende was ik heel veel met hem.

Hij verzamelde alles van Starwars en hield heel erg van graffiti. We hadden samen een geheime plek waar ik een graffiti op de muur mocht maken.

Naarmate ik ouder werd merkte ik ook wel zijn drugsgebruik. Dan zag ik het ook wel als hij wat op had. Hij deed het nooit waar ik bij was. Hij wilde mij echt heel erg beschermen.' Roos, 2015

pieter.jpg
Pieter  

'Hij woonde niet zover bij mij vandaan dus ik kwam wel vaak bij hem thuis. Hij dronk heel veel koffie en thee en nodigde je vaak uit voor een bakkie. Bij mij thuis kwam hij meer voor drugs.

Hij vertelde ook een keer dat hij vijf tripjes ophad en dat hij met kabouters had gepraat. Dat heb ik van m’n leven nooit meegemaakt en ik heb heel veel rare dingen gedaan. Later heb ik begrepen dat dat niet goed was en dat het te maken had met z’n psychoses. Maar hij kwam steeds nieuw halen dus dan ga je er vanuit dat hij het leuk vindt.

Hij was gewoon een lieve gozer tot hij wilde gebruiken. Dan kwam de schizofrenie tevoorschijn en dan had hij de volgende dag weer spijt.' Pieter, 2015

laurens-sr.jpg
Laurens sr.  

'Hij had eigenlijk van kinds af aan al veel wijsheid en normen en waarden. Dat was voor hem heel belangrijk en dat is ook zijn struikelblok geworden in zijn leven.

Zijn zoektocht naar het geloof begon al heel jong. Ik had een Bijbel en daar vroeg hij als klein kind al naar. Toen hij nog heel jong was begon hij al intelligente en moeilijke vragen te stellen en daar kon ik geen antwoord op geven. Daardoor merkte ik wel dat hij anders was.

Hij had altijd privileges die niemand anders had. Het was een heel charmante jongen. Hij mocht bijvoorbeeld op de lagere school andere dingen doen dan de rest van de kinderen. Hij had privileges die niemand anders had.

Natuurlijk herinner ik ook hele negatieve dingen. Ik weet nog wel dat hij me in elkaar sloeg en dat ik op m’n knieën lag te smeken of hij op wilde houden. Dat was gewoon heel erg dreigend. Op andere momenten kon hij ook super lief zijn en ik was gewoon gek op hem.

Toen hij vijftien was is hij voor het eerst opgenomen geweest want toen werd z'n gedrag heel extreem. Ze wisten niet wat er met hem aan de hand was en hij werd helemaal volgepropt met medicijnen.

Een beeld wat ik nog zo zie is dat ik hem daar op een kamertje afleverde. Kliniek in, kliniek uit. De ene heftigheid na de andere. Ik heb er altijd moeite mee gehad hem naar dat soort plekken te brengen, het was meer uit een soort machteloosheid.' Laurens sr., 2015

gustav.jpg
Gustav  

'Hij was op heel jonge leeftijd al bezig met experimenteren, met ontvluchten en z’n geest verrijken. Hij zei ook altijd tegen mij dat hij zijn lichaam niet nodig had. Hij had alleen zijn geest nodig om in mooiere, utopische werelden te komen.

Ik ging best wel regelmatig bij hem langs. Soms was hij dagenlang stil en dan kon hij niet zeggen wat hij dacht. Op zo’n moment wist je niet wat er in zijn hoofd omging.

Onder invloed van dat snuiven werd hij keihard en gemeen. Hij ging dan alles verkopen alleen omdat hij dat poeder moest hebben. Hij heeft mij een keer gedwongen om zo snel mogelijk geld op te nemen zodat hij zijn spullen aan mij kon verkopen.

Naast die drugsproblematiek kreeg hij ook injecties toegediend. Diezelfde medicijnen heb ik ook toegediend gekregen want ik ben jarenlang onder behandeling geweest. Ik weet uit ervaring dat je dan dagen ziek bent.

Je voelt je helemaal binnenstebuiten gekeerd en onderdrukt, na twee weken kom je weer terug bij jezelf. Dan voel je je heel langzaam weer jezelf worden.' Gustav, 2015