En alles was goed

india-02.jpg

De afgelopen twee weken was ik voor de stichting PhotoPFC in India om op een school in Narasaraopet een fotografie workshop te geven aan kinderen. De timing had denk ik niet beter kunnen zijn om er even tussenuit te gaan, om even in een andere omgeving te zijn. Er was gewoon veel teveel gebeurd op persoonlijk vlak en ook het verlies van Jackie kwam heel erg binnen. Ik werd daar hard en ongenuanceerd van, een beetje narcistisch zelfs. Ik was bezig met hele banale zaken, zat veel teveel in mijn hoofd. Daar draaide ik telkens in hetzelfde cirkeltje rond en dat ging echt nergens over; allemaal heel loos. Ik was zenuwachtig om te vertrekken naar India, vond het eng om alles weer achter te laten. Ik was bang om dat gevoel van heimwee weer te krijgen wat ik tijdens de reis zo heftig had ervaren. Ik was bang om dingen te missen, mensen, m’n huis, Polly, feestjes. Niets van dat alles heb ik gemist. Het moment dat het vliegtuig landde in Hyderabad, voelde ik dat het goed was, dat het klopte.

india-03.jpg

india-01.jpg

Nederland verschuift naar de achtergrond met al zijn opsmuk en afleiding. Het leven is hier zo mooi, zo puur en zo rustgevend. Vaak zat ik ’s avonds op het dakterras te kijken naar de zonsondergang, de geuren van specerijen, warmte en wierook hangen in de lucht. Heel even heb ik weer zo’n moment van puur genieten, niet nadenken, gewoon zijn en alles was goed. Voordat ik wegging zei ik tegen mensen dat het misschien wel goed voor me zou zijn. Dat India me zou veranderen en me rust zou geven. Als ik heel eerlijk ben geloofde ik dat niet zo erg; ik vond het vooral spannend om te gaan. Ik was bang om heimwee te krijgen en om dingen te missen zoals ik eerder schreef. Tegelijkertijd had ik hele hoge en geen verwachtingen. Hele hoge verwachtingen omdat ik ergens stiekem hoopte dat India het verschil ging maken, en geen verwachtingen omdat ik het gevoel heb dat ik de laatste tijd sowieso nergens echt van kan genieten. Gelukkig heeft het positief uitgepakt, India heeft me omver geblazen. Ik heb echt een gevoel van thuiskomen ervaren, alsof dit mijn plekje is. Angst is de meest nutteloze raadgever ooit. Het heeft helemaal geen zin om je druk te maken. Wat er ook gebeurd, je kan het toch niet voorzien, nooit. Leven met de dag en in het nu, zonder angsten en zonder zorgen, is het mooiste wat je kunt leren. Dat doe ik hier meer dan ooit.

india-04.jpg

india-05.jpg

Na vijf dagen voel ik me echt een ander mens. De dagen zijn zo vol en ik maak zoveel mee dat ik haast geen tijd heb om erbij stil te staan. Ik merk wel dat ik ’s nachts, in mijn dromen veel aan het verwerken ben. Alles en iedereen komen voorbij en dit zijn weer van die momenten waarop ik realiseer hoeveel er is gebeurd en hoeveel er is veranderd. Ik ben de laatste vier maanden losgegaan. Ik heb geëxperimenteerd, mijn grenzen opgezocht, genoten van mijn vrijheid, maar ik was vooral heel erg aan het zoeken. Naar aandacht, naar afleiding, naar verdoving, naar kleine rushes van adrenaline die alle pijn en verdriet naar de achtergrond duwen. Deze periode wil ik gaan afsluiten, achter me laten. India opent mijn ogen want er is zoveel meer in het leven. Ik wil gelukkig zijn, ik wil wat maken van mijn leven. Ik wil alles intens ervaren, zonder die chaos in mijn hoofd. Ik wil geen pijn meer voelen, de pijn die er nog zit moet ik verwerken en een plekje geven. Daarna moet ik geen nieuwe pijn meer maken. Op de laatste dag in India word ik een beetje down wakker want ik wil helemaal nog niet naar huis. Weer naar huis gaan voelt als een nieuwe start en dat wil ik zo graag goed gaan doen. Angst steekt toch de kop weer op, ik ben bang om in mijn oude patronen te vervallen. Dat wil ik niet. Dit is het moment waarop ik heb gewacht, het moment om opnieuw te beginnen.

Tijd bestaat niet

Iets wat al mijn issues even naar de achtergrond laat verdwijnen is mijn lieve, kleine vriend Jackie. Eigenlijk al sinds eind november loopt hij te kwakkelen en moest ik telkens met hem naar de dierenarts. Eerst lijkt het een tia, daarna een zwakke rug, maar na een echo blijkt dat het wel echt menens is. Hij heeft allemaal uitzaaiingen in zijn buikje en de dierenarts ziet het somber in. Ik ga kapot. Mijn lieve Jackie die al ruim tien jaar bij me is zal ik binnen niet al te lange tijd voorgoed moeten missen. Dat kan niet, gaat door mijn hoofd heen, hoe kan ik zonder mijn grootste vriend. Mijn kleine kroelbeestje die niets liever wil dan op schoot liggen, bij me zitten, knuffelen, mijn kruikje in bed. Natuurlijk denk ik er weleens aan, want je hondje gaat hoogstwaarschijnlijk eerder dan jijzelf. Maar dat was de toekomst, abstract. Jack werd in mijn hoofd altijd minstens zeventien. Dat hoorde ik wel vaker; kleine hondjes worden veel ouder dan grote honden. Jackie dus niet, die gaat de dertien niet eens halen.

jackie-01.jpg

Dan moet je een datum gaan plannen om je hondje te laten gaan, hoe doe je zoiets, waarop baseer je dat. De dierenarts gaf aan dat het beter is niet te lang te wachten, omdat het alleen maar bergafwaarts zal gaan. Ik moet natuurlijk met Ronald overleggen, want Jack is ons hondje. Ronald zit in Namibië op dat moment en overweegt zelfs om eerder terug te komen naar Nederland. Dat blijkt niet zo gemakkelijk en uiteindelijk laat hij dat idee varen. We plannen een datum, maar plotseling krijgt mijn sterke vriendje een opleving. Hij lijkt wel aan zijn tweede jeugd begonnen. Zo dubbel, de dag ervoor kon hij niet meer op zijn pootjes staan en nu loopt hij weer te rennen en te vliegen. Ik weet dat ik hiervan niet te blij mag worden, de opleving zal tijdelijk zijn, het is een rommel in zijn buik en dat gaat echt niet meer goed komen. Toch geniet ik van deze mooie momenten. Hoe langer hij bij me blijft, hoe beter. Het is dubbel; je weet dat je iets aan het rekken bent wat niet heel rekbaar is. Ik weet dat het afscheid gaat komen, maar wil mijn hoofd in het zand steken. Het is niet echt en tijd bestaat niet.

De opleving duurt welgeteld vier dagen en dan stort Jackie weer in. Ik durf hem geen moment alleen te laten en ben aan huis gekluisterd. Zijn laatste nachtje slaapt hij dicht tegen mij aan, lepeltje lepeltje liggen we in bed. Ik slaap weinig, Jackie is heel onrustig, begint soms heel zwaar te ademen en verstijft af en toe. Als hij daar zo ligt te vechten schiet ik vol en hoop ik bijna dat er nu een einde aan komt. Dat hij tegen mij aan, rustig thuis, inslaapt. Het gaat zo slecht met hem dat dit niet eens zo’n rare gedachte is en een aantal keer denk ik ook echt dat het zover is. Jack is een taaie, sterk, en hij blijft dapper doorvechten. Ik word die ochtend wakker omdat hij in bed heeft geplast, terwijl hij midden in de nacht, toen ik nog even met hem naar buiten ging om hem uit te laten, niets deed. Ik merk hoe erg hij het vindt.

jackie-02.jpg

jackie-03.jpg

jackie-04.jpg

Ik bel de dierenarts om een afspraak te maken. Het voelt heel raar om een tijdstip af te spreken, omdat je weet wat er dan gaat gebeuren. De hele ochtend zit ik apathisch op de bank met Jackie op schoot. Onophoudelijk aai en kroel ik hem, ruik zijn geur die ik altijd zo lekker vind. Bij de dierenarts zit ik op een stoel, op ooghoogte met Jackie. Ik hou hem alleen maar vast en blijf hem aaien, kroelen en kusjes geven. Tranen rollen bijna geluidloos over mijn wangen. Dit is echt het meest intense verdriet wat ik ooit heb gevoeld. Langzaam loopt het leven uit zijn kleine lijfje en ik heb geen woorden voor wat ik daarbij allemaal voel. Als ik weer buiten sta lijkt het alsof ik dagen binnen ben geweest, maar in werkelijkheid was het maar een half uurtje. Een half uur waarin alles anders werd. Als ik thuiskom voel ik me onwerkelijk. Ik heb Jackie meegenomen omdat we hem die avond gaan begraven op een mooi, rustig plekje. Ook moet Polly weten wat er is gebeurd. Ze schrikt zichtbaar als ze aan het kleine bundeltje snuffelt. Ik denk dat ze wel degelijk begrijpt wat er is gebeurd. Polly is de dagen erna extreem aanhankelijk. In bed ligt zij nu tegen me aan, terwijl ze altijd nogal een einzelgänger was die alleen maar op het voeteneind wilde liggen.

jackie-05.jpg

Polly en ik wandelen door de stad de dag erna en het sneeuwt, langzaam word ik wat rustiger. Op een bepaalde manier voel ik me opgelucht. Ondanks het verdriet is er nu ook rust, maar deze rust slaat al snel iets te ver door in mijn hoofd. Ik heb het gevoel dat alles niet zo heel veel meer uitmaakt. Dingen waarover ik me voorheen heel druk maakte verdwijnen naar de achtergrond. Alles kan ik weg relativeren; ik word er een beetje onverschillig en opstandig van. Het lijkt wel alsof ik de dagen erna de problemen juist opzoek. Ik ben harder, afstandelijker, ik denk dat ik dat onbewust doe, een muurtje optrekken en niks proberen te voelen. Op het moment dat het met Jackie zo slecht ging kwam ik de deur niet uit. De onrust en drang om dingen te ondernemen werd onderdrukt door een nog hevigere onrust over Jackie. Nu hij er niet meer is komt het gevoel van ontvluchten en vermijden in alle hevigheid terug. Ik doe er alles aan om maar niet thuis te hoeven zijn.

Algehele chaos in mijn hoofd

Als ik nu terugkijk op de afgelopen drie maanden herken ik mezelf niet meer. Alle mooie inzichten die ik tijdens mijn voettocht had opgedaan heb ik in de wind geslagen. Ik ga niet in details treden want sommige dingen zijn gewoon te persoonlijk. Mensen hebben mij pijn gedaan en ik heb bepaalde mensen om mij heen pijn gedaan. Er zijn dingen gebeurd waarop ik niet trots ben en deze periode was er één met weinig pieken en heel veel dalen. Toch denk ik dat dit de momenten zijn waarop je echt voelt dat je leeft, hoe moeilijk en verwarrend het allemaal ook is. Sinds november heb ik gesprekken met een psycholoog. Dit helpt me in verwerking van alles wat er is gebeurd en wat er nog steeds aan het gebeuren is. Hij geeft me inzicht in mezelf, laat me praten, stelt de juiste vragen en probeert me weer op het juiste spoor te krijgen. Door deze gesprekken kan ik de algehele chaos in mijn hoofd enigszins relativeren.

chaos-01.jpg

Ik heb een aantal momenten gehad waarop ik ben ingestort de laatste periode en de ergste was zo tegen het einde van het jaar. Steeds had ik het gevoel dat ik alles wel trok, dat het wel goed met me ging, maar eigenlijk ging het helemaal niet goed. Toen was daar het kantelmoment, de laatste druppel; het was op, ik trok het niet meer. M’n interesse was weg, m’n focus was weg en m’n concentratie was ver te zoeken. Een week lang was ik aan het zwelgen in zelfmedelijden, om daarna mezelf door elkaar te schudden en weer verder te gaan. Ik ben sterker dan dit en ik kan hier weer uitkomen dacht ik bij mezelf. Dat lukte ook redelijk, mede omdat ik al mijn twijfels en hersenspinsels begon op te schrijven. Ik ging patronen herkennen. Ik was afleiding aan het zoeken, aan het vermijden, alles om maar niet bij mijn gevoel te gaan zitten. Als ik maar bezig blijf en zeg dat het goed met me gaat, hoef ik niet te voelen.

chaos-02.jpg

chaos-03.jpg

Ik snap namelijk niks van mijn gevoelens en zit met heel veel vragen. Wat wil ik, wie ben ik, wat zijn mijn dromen, wat is liefde. Mijn leven is veranderd in een zoektocht naar mezelf, naar afleiding, naar erkenning, naar liefde, naar grenzen. Te midden van al die verwarring heb ik gesprekken met mensen om mij heen die ik vervolgens overdenk tijdens lange wandelingen met Polly en beschrijf in mijn dagboek. Veel van die gesprekken gaan over angsten, onze grootste leidraad lijkt angst. We denken teveel en hebben te hoge verwachtingen waardoor we vergeten ons hart te volgen. Er zijn teveel prikkels, teveel mogelijkheden, en we zijn bang om iets te missen. Leven zonder angsten, zonder je te laten beperken door je gedachten, dat moet toch het mooiste zijn wat er is. Wij denken wel dat we vrij zijn, maar uiteindelijk zien we overal problemen en beperkingen in plaats van mogelijkheden en uitdagingen.

Een thema wat ook telkens terugkeert in mijn hoofd is dat ik steeds denk dat alles straks beter gaat worden. Toen ik vorig jaar onze reis naar India aan het voorbereiden was dacht ik dat het beter werd als ik eenmaal weg was. Toen we onderweg waren kon ik alleen maar denken aan thuiskomen, want dan zou alles vast beter gaan. Nu ben ik thuis en ik ben nog steeds niet gelukkig. Het maakt helemaal niet uit waar je bent en wat je doet. Als het in je hoofd niet goed zit, zal dat je achtervolgen.

chaos-06.jpg

chaos-05.jpg

Steeds weer kom ik tot dezelfde conclusie, of vraag eigenlijk; wat maakt mij gelukkig, wie ben ik en wat wil ik met mijn leven. Ik voel soms een enorme drang om me tijdelijk ergens terug te trekken midden in het bos of een deel van de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella te gaan lopen. Zonder telefoon, zonder verleidingen, zonder verplichtingen, zonder mensen. Gewoon helemaal niks en dan voelen wat ik echt voel. Misschien kom ik er dan achter wat ik wil, wat ik belangrijk vind. Waarvan ik droom en waarnaar ik verlang. Waar gaat mijn hart sneller van kloppen; niet uit begeerte of uit hebzucht en angst, maar waarvan word ik echt intens blij. Op het moment dat ik dat weet kan ik die onrust die ik nu ervaar misschien loslaten.

Uit het leven gegrepen

Ik heb de laatste tijd een aantal keer de vraag gekregen van bevriende muzikanten of ik foto’s van ze wil maken. Niet op de momenten dat ze optreden, maar juist op die andere momenten. Uit het leven gegrepen en persoonlijk. De eerste serie foto’s maakte ik van Jiri, een muzikale duizendpoot die ik al jaren ken. Het is natuurlijk altijd zoeken als je iets nieuws gaat uitproberen. Opzoek naar dat persoonlijke ben ik eerst bij hem thuis gaan fotograferen en praten. Jiri is een dromer en een denker en hij wandelt veel, daarom kregen we al snel het idee om een serie foto’s te maken bij de Kralingse Plas. Echte en rauwe zwart wit beelden waren het resultaat.

Ben je nieuwsgierig naar de muziek van Jiri, neem dan even een kijkje op zijn pagina. Ik zou het leuk vinden om meer muzikanten te fotograferen, dus heb je interesse, stuur me dan een mailtje. Wie weet kunnen we iets voor elkaar betekenen.

jiri-01.jpg

jiri-02.jpg

Solum

solum-02.jpg

Sinds november is het me niet meer gelukt om ook maar iets op papier te zetten. Ik heb verschrikkelijk met mezelf in de knoop gezeten. Ik voelde me ongelukkig en kon me er echt niet toe zetten. Ik had natuurlijk heel veel gedeeld tijdens de reis, iedereen leek alles van me te weten. Omdat ik nu in Nederland ben is iedereen opeens veel dichterbij en kon ik bepaalde dingen gewoon niet meer delen. Ik klapte dicht, het was teveel. Na een tijdje miste ik het schrijven en schafte ik een boekje aan met het idee dat ik niet perse hoef te schrijven om te delen, ik kon ook gewoon schrijven voor mezelf. Dat heeft geholpen; sinds kort ben ik weer begonnen. Heel persoonlijk, heel kwetsbaar en gewoon puur voor mezelf om m’n gedachten te ordenen. Door te schrijven schrijf ik dingen ook van me af, gedachten krijgen een plekje en blijven niet rondmalen in m’n hoofd omdat ze zwart op wit staan. Nu heb ik eindelijk weer wat rust en ga ik terugblikkend op de afgelopen periode dan ook weer delen.

Het eerste waarover ik graag wil vertellen is mijn wandeling. Het is alweer even geleden, maar ik denk dat ik beter kan beschrijven wat er die week allemaal is gebeurd omdat ik langer de tijd heb gehad om alles te overdenken. Ik herinner me het moment dat ik in de bus terug naar huis zat. Ik was blij dat ik niet meer hoefde te lopen met een veel te zware rugzak, een overbelaste enkel en heel veel spierpijn. Ik keek uit het raam en bedacht me wat ik over de wandeling kon vertellen, wat ik had geleerd. Ik wilde dat ik kon vertellen dat ik onderweg allemaal openbaringen had gehad, dat ik wist hoe ik vanaf dat moment verder moest gaan, dat alles een plekje had gekregen in mijn hoofd, maar dat was niet zo. Het was een mooie tocht; fysiek zwaar en mentaal bevrijdend. Lichamelijk zat ik er doorheen, maar mentaal had ik nog weken door kunnen lopen. Nu ik terugkijk ben ik jaloers op bepaalde gevoelens en inzichten die ik onderweg had en nu weer kwijt lijk te zijn.

solum-03.jpg

De eerste dag van mijn tocht moest ik inkomen. Ik denk dat ik me op het fysieke gedeelte echt had verkeken. Het lijkt een makkie om in vijf dagen tachtig kilometer te lopen. Het stelt ook niet veel voor, mits je geen rugzak vol camera apparatuur, laptop, kleding, slaapzak en statief op je rug hebt hangen. Eigenlijk gaat het de eerste dag al mis met mijn rechter enkel; die is na twaalf kilometer overbelast en dik. Als ik het eind van die eerste middag in Schoonhoven aankom vraag ik me dan ook serieus af waaraan ik ben begonnen. De volgende ochtend herpak ik mezelf en trek ik heel zorgvuldig mijn schoenen aan; ik strik m’n veters secuur: niet te los en niet te strak, en installeer mijn rugzak precies goed op m’n rug. Vol goede moed ga ik weer op pad, het is een prachtige ochtend met veel zon. Langs de Lekdijk zijn op verschillende plekken recreatiegebieden aangelegd. Hier zijn picknicktafels en toiletten, wat erg handig is. Als ik zit te lunchen bij zo’n plek begint het te regenen. Ik had net al m’n spullen uitgepakt en wilde foto’s gaan maken, maar moest nog een nieuw rolletje in m’n camera doen. Op stel en sprong prop ik alles weer in m’n tas en trek me terug op een toilet. Hier vervang ik m’n rolletje, organiseer m’n tas opnieuw en doe m’n regenhoes eromheen; capuchon op en gaan. Ik besluit naast de dijk, in het gras te gaan lopen. Geen slimme beslissing want binnen no time zijn m’n tenen nat van het gras. Toch, terwijl ik daar zo loop voel ik me blij en trots. Los van alle fysieke ongemakken voel ik me intens gelukkig. Het lijkt alsof er iets binnenin mij zit wat maakt dat ik gelukkig ben en de spierpijn, zware tas en regen deren me niet meer. Ik weet dit gevoel vast te houden en als ik ’s avonds op mijn slaapplek aankom voel ik me vooral voldaan en opgetogen ondanks alle spierpijn.

solum-07.jpg

solum-05.jpg

De volgende ochtend is die spierpijn echter wel heel heftig; alles doet zeer, nog los van mijn mega dikke enkel. Het eerste deel van de route is heel zwaar. Dat komt ook omdat dit stuk door stedelijk gebied loopt, geef mij maar een verlaten dijk en uitgestrekte weilanden. Als ik de bebouwing achter me laat, gaat het lopen vanzelf beter en kom ik in een ritme. Ik ga tellen in mijn hoofd, één, twee, drie, vier; één, twee, drie, vier, dit helpt me om mijn ritme vast te houden. Aan het einde van de middag moet ik een pont nemen over de Lek naar Culemborg, omdat er aan mijn kant van de rivier geen slaapplek te vinden is. Op de pont heb ik weer zo’n klein sprankje geluk; ik kijk uit over de rivier, voel de regen op m’n gezicht en voel me trots omdat ik het alweer drie dagen volhou. Dag vier start ik dan ook heel positief. Als ik halverwege ben stop ik om te lunchen en dat was dus geen goed idee. Wanneer ik na een half uur weer verder loop voel ik me verschrikkelijk. Het is zo zwaar en de spierpijn is zo hevig, dat ik bijna de neiging heb om te gaan kruipen. Met heel veel pijn en moeite kom ik aan bij de bed & breakfast waar ik die nacht zal slapen.

solum-01.jpg

Gesloopt installeer ik me op bed met een deken, thee en een filmpje. Na een tijdje val ik in slaap. Als ik wakker word voel ik me heel verdrietig, eenzaam en koud. Ik ben volkomen leeg en lig een tijdje apathisch naar het plafond te staren. Over een paar uur ben ik jarig en vier ik voor het eerst in mijn leven mijn verjaardag helemaal in mijn eentje en voor het eerst tijdens m'n wandeling voel ik me ook echt heel alleen. Ik val in een rusteloze slaap en wordt de volgende ochtend moe wakker. De gedachte dat ik nog maar één dag hoef te lopen beurt me enigszins op; ik moet het halen want ik ben er nu toch bijna en het is ook nog eens prachtig weer. Na een heerlijk verjaardags ontbijt ga ik op pad. Ik durf niet meer te stoppen voor de lunch en loop stug door. De kilometers verdwijnen onder mijn voeten en al snel hoef ik nog maar een klein stukje. Uiteindelijk, na vijf dagen afzien, strompel ik het vakantiepark op waar mijn oma vroeger woonde. Ik krijg de sleutel voor mijn trekkershut en dump m’n spullen binnen. Vervolgens ga ik met m’n blote voeten in het gras op het bankje voor mijn hut zitten om te genieten van het zonnetje. Die avond slaap ik helemaal alleen in een trekkershut in het bos, maar ik voel me niet meer eenzaam. Ik voel me niet meer verdrietig. Ik voel me sterk en trots.

solum-04.jpg

solum-06.jpg

Nu achteraf, zie ik pas hoe mooi mijn wandeling is geweest. Ik zat zo dicht op mijn emoties en had zo weinig afleiding dat ik die emoties ook echt kon voelen. De gelukkige gevoelens werden niet onderdrukt door wat dan ook en de ongelukkige gevoelens kon ik niet onderdrukken. Vooral die momenten dat ik me intens gelukkig voelde wil ik koesteren. Op een bepaald moment werd me door twee verschillende mensen aangeraden het boek De kracht van het nu te gaan lezen. Dit ben ik toen maar gaan doen. Ik heb het nog niet uit, want het is geen boek wat je in één keer uit moet lezen. In het beginsel gaat het erover dat we op bepaalde momenten moeten ophouden met denken. Het merendeel van ons denken bestaat uit doelloos denken of dwangmatig denken. Het is zo’n gewoonte dat we er niet mee kunnen stoppen, als een verslaving. Op het moment dat we ons dit realiseren zijn we ons bewust van het feit dat we denken en ontstaat er een breuk in de gedachtestroom; een moment van niet-denken. Tijdens zo’n moment ervaar je een soort rust en stilte in jezelf. Je voelt een subtiele opwelling van vreugde uit je binnenste komen, een staat van zuiver bewustzijn. Ik heb het gevoel dat ik dit tijdens het lopen heb ervaren.

Kwetsbaar

Ruim twee weken ben ik alweer in Nederland en nu pas lukt het me om iets te schrijven. De eerste paar dagen werden overheerst door een gevoel van rust, waardoor ik des te meer merkte hoe moeilijk de weken daarvoor eigenlijk waren geweest. Ik ben heel blij om iedereen weer te zien, om met anderen te kunnen praten en om gewoon even zorgeloos te zijn. Het is bijzonder om te merken hoezeer mensen hebben meegeleefd. Iedereen lijkt mijn verhalen te hebben gelezen en iedereen weet wat er zo ongeveer is gebeurd. Dat had ik niet verwacht. Ik krijg veel complimenten over het feit dat ik me zo kwetsbaar heb opgesteld, dat ik alles zo open heb gedeeld. Maar op het moment dat ik die dingen beleefde en deelde, voelde dat helemaal niet zo. Nederland was zo ver weg, het was een grote onbekende waar ik aan schreef, waarmee ik mijn gevoel deelde. Op het moment van schrijven voelde het als het meest logische om te doen, om gewoon open en eerlijk alles te delen, wat moest ik anders. Nu pas, nu ik iedereen zie die het heeft gelezen, nu pas voel ik me kwetsbaar. Al snel kreeg ik het plan om een soort voorlopige conclusie te schrijven over alles wat is gebeurd. Dat lukte dus niet; ik sloeg dicht. Als ik achteraf kijk naar de reis en wat er tussen mij en Ronald is gebeurd, begrijp ik het niet meer. Ik weet het gewoon niet, waar het is mis gegaan. Volgens mij kun je dat alleen voelen als je er middenin zit. Daarom ben ik blij dat ik onderweg zoveel heb geschreven, zodat ik dat gevoel kan terughalen. Zodat ik nog enigszins kan voelen wat ik toen voelde.

kwetsbaar-01.jpg

De afgelopen twee weken stonden vooral in het teken van leuke dingen doen. Ik merk dat ik het moeilijk vind om alleen te zijn en probeer steeds mensen om me heen te hebben zodat ik niet teveel hoef na te denken. Dat maakt het wel lastig om mijn focus te houden op mijn werk. Ik wil natuurlijk ook mijn voetreis gaan voorbereiden, maar zodra ik alleen achter de computer zit ga ik tobben en krijg ik een onbestemd gevoel. Op een gegeven moment heb ik mezelf gewoon een deadline gegeven; ik zou op negentien oktober vertrekken en voor die tijd moest alles geregeld zijn. Dat is gelukt en nu, aan de vooravond van mijn voetreis, lukt het me ook eindelijk om iets op papier te zetten. Ik vind het spannend om te gaan. Het stelt qua afstand en tijd natuurlijk niet zo heel veel voor. Ik moet een kleine tachtig kilometer lopen en ben een weekje weg. Wat de echte uitdaging is, is dat ik alleen ben, dat ik zelf mijn beslissingen moet nemen, dat ik zelf contacten moet leggen. Hoe ga ik daar mee om, zowel persoonlijk als fotografisch, daar ben ik heel benieuwd naar.